Met het ironiegevoel van een lantaarnpaal vroeg hij: “O ja, ben je fotomodel?”

 

De koffietent waar ik weleens werk is een mini-dorp. Met inwoners zoals een barista alias enorme kletsmajoor alias rokkenjager (‘Die vriendin van je is ook wel een leuke meid, is die nog vrij?’), een oude man met vissershoedje die steevast om elf uur binnenkomt en lichtelijk in paniek raakt als zijn tafeltje niet vrij is, en dan is er de tafel voor mensen die met stroomvragende ogen aankomen: de freelancers. Vandaag schoof ik aan en ontmoette de Namasté man. Gebruinde armen, een rits linnen armbandjes, tatoeages en een laptop met wat ander dun Apple-spul waarvan ik niet wist wat het was. Helaas kon ik na deze ontmoeting niet meer terug naar mijn koffietent.

Terwijl ik met m’n hoofd onder tafel dook op zoek naar het stopcontact, aarzelde hij geen moment en klikte zijn oplaadmagneetdingetje in mijn computer. Hij zat zelf al ‘helemaal vol’ en ik bedankte hem vriendelijk. Mijn ogen gingen alweer richting scherm, tot ik nog net zag hoe hij zijn handen voor zijn hart hield, een klein buiginkje maakte en zachtjes ‘namasté’ fluisterde.

Goh. Wat was er mis met een gewoon ‘geen probleem’? Het was duidelijk; deze man en ik zaten niet op dezelfde golflengte.

Nadat hij vrij luid een belletje had gepleegd met een collega over een fotoshoot die ochtend (“Nee, laat me even mijn zin afmaken, als ík erbij was geweest… volgende keer ga ik mee en zie je hoe ik dat aanpak… die mensen komen koud binnen hè? O, heb je vanmiddag nog een shoot? Welk modelletje? Hahá, lekker spélennn…” – dat laatste vond ik vreemd en ook niet erg namasté) keek hij mij aan en zei: “Ik heb heel erg het gevoel dat ik je ergens van ken, ben je recent op een bruiloft geweest?” Nee. Ja, mijn eigen bruiloft maar dat ging ik ‘m niet aan z’n neus hangen. Zoals een vriendin ooit sprak: dit soort mensen moet je géén munitie geven. Om het geheel wat luchtiger te maken grapte ik wél een enorm beroemd topmodel te zijn, dus dat hij me misschien van de Vogue cover kende.

Met het ironiegevoel van een lantaarnpaal vroeg hij: “O ja, ben je fotomodel?”
“Nee, nee, nee”, zei ik snel, “ik maakte een grápje.” Om als enorme dooddoener toe te voegen: “Nou, zou kunnen hoor!”

Ja, inderdaad namasté man, zou ik ook zeggen. Gelukkig schoof er al snel een persoon aan die heel graag wilde horen waarom hij de afgelopen zes maanden in Thailand was geweest voor ‘wat yoga, tantra en meditatie enzo’ (daarom was ‘ie namelijk zo bruin). Voor nu was ik in ieder geval bevrijd uit zijn tantragreep.

Toch ga ik al een paar dagen naar een andere plek: de Bagels & Beans. Waar alles nog heel erg 2001 is, mannen gewoon cappuccino’s met echte melk bestellen en al helemaal niet spelen met modelletjes of tantra doen op Thailand. Namasté.

Lees ook: Mancave op wielen – over een man, een Landrover, modder en een stokbroodbuikje.